"The medium is the message." Met die ene zin veranderde Marshall McLuhan in 1964 hoe we naar technologie kijken. Zijn punt: niet de inhoud van een nieuw medium is het belangrijkst, maar wat het medium zelf doet met ons denken en onze samenleving. In deze blog pak ik er één stuk uit: wat AI als medium doet met hoe we werken.
Vier vragen om elke technologie te doorgronden
Aan het eind van zijn leven werkte McLuhan dat uit tot een raamwerk: de tetrad, postuum gepubliceerd door zijn zoon Eric in Laws of Media (1988). Vier vragen. Wat versterkt de technologie? Wat maakt ze overbodig? Waar slaat ze in om als je haar tot het uiterste doorvoert? En, de meest verrassende: wat haalt ze terug uit het verleden?
Die laatste vraag is bij AI het meest fascinerend. Want wat AI terughaalt, hadden we lang naar de achtergrond verdreven: de orale traditie.
McLuhan zag de terugkeer van het gesprek al aankomen
Voor de drukpers verwierf je kennis in gesprek. Je stelde vragen, je luisterde, je discussieerde. De drukpers verschoof het zwaartepunt naar lezen en schrijven, in stilte, alleen achter een bureau. McLuhan voorspelde zelf al dat elektronische media die orale cultuur zouden terughalen. Radio noemde hij de terugkeer van de stamtrommel. De wereld die zo ontstond noemde hij het 'global village': elektronische media maken de wereld zo klein dat iedereen weer met iedereen praat, zoals vroeger op het dorpsplein. Wie nu naar internet en social media kijkt, ziet hoe raak die voorspelling was. Mediawetenschapper Walter Ong gaf de terugkeer van het gesproken woord in 1982 een naam: secondary orality, de tweede oraliteit.
Maar radio en televisie waren eenrichtingsverkeer. Je kon alleen luisteren. AI is het eerste elektronische medium dat antwoordt. Wie mij kent, weet dat ik nauwelijks nog typ. Ik spreek in, en AI zet het om naar tekst. Het gesprek is terug als manier van werken.
De grootste verschuiving zit tussen mensen
Toch is praten tegen een computer niet de kern. Omdat AI een gesprek kan vastleggen, doorgronden en omzetten in resultaat, wordt het overleg zelf weer het moment waarop het werk gebeurt.
Kijk naar hoe het nu vaak gaat. Eén persoon schrijft een document, collega's sturen los van elkaar feedback. Het is stroperig en frustrerend, vooral voor de schrijver, die alle opmerkingen moet wikken en wegen en ieders reactie recht wil doen.
Stel je voor dat je als team samenkomt en gewoon praat over de inhoud. Je neemt het gesprek op. Twijfels en tegenwerpingen spreek je direct naar elkaar uit, en je neemt ter plekke een beslissing. AI analyseert daarna de discussie en stelt op basis van alle nuances en overwegingen wijzigingen voor in het document. Geen mailrondes, geen eindeloze versies. Van gesprek naar document, met ieders inbreng erin.
Zo werken wij al
Dit is geen toekomstmuziek. Eric en ik nemen onze overleggen op, en we praten met het bewustzijn dat AI meeluistert. Beslissingen en context spreken we dus expliciet uit. Zo ontwikkelen we ook onze e-learnings: eerst samen over de inhoud praten, dat gesprek vertalen naar een raamwerk, en van daaruit naar teksten en scripts. En ik lees bij steeds meer ondernemers dat zij hetzelfde doen.
Nu past een nuance. Niet elke taak leent zich hiervoor. Teksten met een persoonlijke touch, iets wat van hart tot hart moet gaan, vraag je niet aan AI. En het zelf wikken en wegen van woorden kan juist heel waardevol zijn om je gedachten te vormen. Schrijven is ook denken.
Wij zijn weer gaan praten
De orale werkwijze nestelt zich langzaamaan al in hoe we samenwerken, kennis delen en tot besluiten komen. Zestig jaar nadat McLuhan het voorspelde. Wij zijn bij Aigenwijs in elk geval weer veel meer gaan praten.




